BETOOG VAN GERRIT VAN DER BIJL TIJDENS DE RAADSVERGADERING VAN 29 SEPTEMBER 2021 BETREFFENDE HET DOSSIER “DE PROOSDIJ”

Geachte voorzitter,
Geacht College,
Collega-raadsleden,

Een opmerking vooraf. De kanttekeningen die ik straks ga uitspreken zijn niet gericht op de ondernemer. Deze heeft gedaan wat iedere andere ondernemer ook gedaan zou hebben. Namelijk eruit halen wat erin zit! En laten we fair zijn: Zij heeft er ook een mooie horecazaak van gemaakt.

Nee ons oordeel gaat over het voorstel van het College zoals dat nu voor ons ligt.

Wij hebben allen het raadsvoorstel gelezen met een afkoopsom van 17.500 euro voor het bewust niet nakomen van de verplichting om de ruimte geschikt te maken voor een raadzaal.
17500 ,… omdat de situatie als de ondernemer voor 2031 niet verkoopt van de oorspronkelijke afkoopsom van € 75.000 50% wordt kwijtgescholden… let wel kwijtgescholden…
Waarom 17.500 omdat eigenlijk eerst de onverplichte betaling van 12.500 euro door de gemeente van de 37 ½ duizend euro afgetrokken zou moeten worden, die de gemeente aan de ondernemer moest betalen omdat de Raad en het publiek ook de trap naar de raadzaal zouden gaan gebruiken, die de ondernemer voor de bedrijfswoning zou gaan maken. Let wel een trap naar de raadzaal, die er niet is gekomen. Als een aannemer iets in zijn bestek heeft staan wat er niet is gekomen wordt dat toch ook niet betaald.

Verder is voor een rioleringsaanpassing onverschuldigd ca 8000 euro betaald omdat een ambtenaar onbevoegd een toezegging had gedaan.
Daarom is de compensatie voor de gemeente slechts 17.500 als we het voorstel van het College ongewijzigd zouden volgen, dus niet geamendeerd.
Hier is geen enkel verband meer met de schade, die de gemeente heeft opgelopen. Die schade is een veelvoud van dit bedrag.
Iemand die een bouwvoorschrift overtreedt krijgt al snel een dwangsom van dezelfde of grotere omvang opgelegd.

Laten we niet vergeten dat er enige tijd geleden een mondeling akkoord lag tussen de partijen: € 75.000 te betalen in 3 termijnen van 25.000 euro…..

Verder zijn er nog andere zaken, waarvan onze fractie vindt dat het College ter wille van het krijgen van een overeenstemming te veel heeft toegegeven.
Daarbij bedoelen wij:.
Het niet eerst terugvorderen van de 20.000 euro die de gemeente onverplicht betaald heeft.
Het kwijtschelden van een bedrag van € 37.500 als de ondernemer voor 2031 niet verkoopt. Welke andere Markt-horeca ondernemer ontvangt zo’n cadeau?
De termijn regeling: Het financieren zonder enige rente van het verschuldigde bedrag. Welke andere horecaondernemer vindt in de gemeente een financier?

Een terrasgrootte van 130 m2, een ruimte die de ondernemer eerst zonder toestemming heeft gepakt. Het grootste vergunde terras op de Markt is van de Keizer (65m2) .Dus deze ondernemer wordt het dubbele vergund tov andere concurrenten op de markt, waarom? Omdat het een significant grotere horecagelegenheid is.?? Dubbel zo groot als de Keizer?!      

Er wordt dan in de toelichting tijdens de RAV verwezen naar een terrassenbeleid. Als ik dan navraag doe via de griffie dan luidt het antwoord: Meerssen heeft geen terrassenbeleid.!! Ik ben benieuwd of Collega-ondernemers zich tegen deze vorm van oneerlijke concurrentie- dankzij ons gemeentebestuur- zullen verzetten.

De vuilcontainer, waarvan het College nu toezegt dat de verplaatsing op kosten van  de gemeente moet plaatsvinden Omgekeerde wereld, de ondernemer pakt een groot terras dichtbij de container zonder vergunning en vervolgens moet de gemeente de container verplaatsen.

De grondprijs die gehanteerd wordt voor commercieel te benutten ruimte zou toch wel heel anders moeten zijn dan de grondprijs van een reststrook bij een voor- of zij-tuin. Een taxatie die nota bene ook in het advies van de Rekenkamer werd aangeraden, zou zichzelf wel bekostigd hebben, maar dan was het wel door een derde en niet door het College bepaald, en dat was nu juist een van de conclusies van de Rekenkamer.

De aanvankelijke enkelvoudige aansprakelijkheid van de ondernemer zonder enige zekerheid als een hypotheek of zo.  Nu wordt er in het document gesproken over een vennootschap, die bij de exploitatie is betrokken.  Door onze vragen in de RAV komt er nu een vennootschap bij, maar wat gebeurde. De ondernemer ondertekent het eerste  contract waaronder een naam van een vennootschap staat Proosdij Beheer, die niet van de ondernemer is….Advocaten hebben dit contract opgesteld en als wij niet navraag hadden gedaan stond er vanavond nog steeds een verkeerde naam en hadden wij geen 2e hoofdelijk aansprakelijke vennootschap gehad. Zelfs de nagezonden memo van onze advocaat meldt nog Proosdij Beheer, een geliquideerde vennootschap uit Lelystad, als contractpartij.

De onduidelijkheid die in de stukken zit, wat is de situatie als de ondernemer niet geheel verkoopt maar bijvoorbeeld 99%, dan heeft de ondernemer niet verkocht voor 2031 en scheldt de gemeente dan toch euro’s kwijt??

Wat als de exploitatie wordt overgedaan aan een ander(e bv). De portefeuillehouder zegt in de RAV wel dat is gelijk aan verkoop, maar juridisch klopt dat niet. Dus als het verdienmodel (de exploitatie) door de ondernemer verkocht wordt, dan is er van alles mogelijk.

De voorrangspositie om de ondernemer bij voorrang te berichten dat de gemeente het Erfgoedhuis zou gaan verkopen. Ook al staat er nu op onze aandrang een termijn bij van 10 jaar, dan nog is dit een onnodige toegift.

De overmacht-bepaling die op verzoek van de ondernemer is toegevoegd zou eigenlijk gecompleteerd moeten worden in die zin, dat als de verhindering door overmacht (het niet kunnen betalen) door de rechter zou worden gehonoreerd, dat dan de betalingsverplichting niet vervalt na 10 jaar maar dat deze dan opgeschort wordt tot een moment dat de Bv of de ondernemer niet meer gehinderd wordt door overmacht en dan alsnog zal moeten betalen.

Nu heeft de wethouder bepleit om toch vooral steun te geven aan het totaal om daarmee een langlopend dossier te kunnen sluiten. Wij willen hem daarin toch ondanks deze kanttekeningen steunen.

Ook onze fractie vindt dat hier aan dit dossier een “ kom-af” aan moet komen.

Daarom willen wij- en ik zeg dat nadrukkelijk CONTRE COEUR – met veel punten instemmen, waar wij het eigenlijk niet mee eens zijn om daarmee toch een constructieve houding in te nemen, die tot een resultaat zou kunnen leiden.

Wij zijn bereid om alle door ons genoemde kanttekeningen en tekortkomingen in de concept vaststellingsovereenkomst te accepteren, behalve een niet onbelangrijk onderdeel, te weten het kwijtschelden van de € 37.500.

 Daarbij voelen wij ons gesteund door zowel het ambtelijk advies aan het College alsook door onze eigen gemeentelijk accountant, die de financiën van de ondernemer en de vennootschappen heeft bestudeerd.

Deze accountant stelt .. dat de onderneming in redelijke mate aan haar verplichtingen kan voldoen… en … heeft haar accountant geen signalen gegeven, dat de betreffende vennootschappen niet redelijkerwijs aan hun verplichtingen kunnen voldoen… en…is de inbaarheid van de schadevergoeding in dit geval geen issue… Helder toch? Zij kan betalen volgens de accountant.

Op basis daarvan stelt de ambtelijk adviseur ( en ik citeer uit het BW-voorstel) dat er onvoldoende rechtvaardiging gevonden wordt voor deze uitzonderingspositie en wordt daarom voorgesteld vast te houden aan een compensatie van € 75.000 te betalen in 10 gelijke termijnen.

Ook onze fractie vindt dat en het bedrag van € 75.000 totaal overeind moet blijven, en betaling in 10 termijnen van € 7500 p.j. daar kunnen wij ons ook wel  in vinden.

Als het voor de ondernemer of voor de vennootschap beter uitkomt om eerder af te lossen, dan zou dat mogelijk moeten zijn.

 

 

Geplaatst door : Angélique van Geel-Laven

1000 Resterende tekens


Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.